Wanneer u op de spraakfunctie klikt, wordt een verbinding met Google tot stand gebracht en worden uw persoonlijke gegevens doorgestuurd naar Google!

Reset taal
18. December 2025Stadhuis

Gemeenteraad stelt procedure vast voor onroerendgoedbelasting voor 2026

De huidige belastingtarieven blijven van toepassing // De rechtbanken zijn de juridische situatie nog aan het bekijken // De stad wil tegen juni een rechtszekere oplossing ontwikkelen // Er is geen rechtstreeks beroep nodig

Tijdens de vergadering van 17 december 2025 heeft de gemeenteraad besloten om in eerste instantie de huidige belastingtarieven voor de onroerendezaakbelasting tijdens de jaarwisseling te handhaven, maar deze medio 2026 opnieuw te bekijken. De reden voor deze aanpak is de lopende gerechtelijke procedure om duidelijkheid te krijgen over de vraag of verschillende belastingtarieven voor woningen en bedrijfspanden zijn toegestaan. De stad wil wachten tot de juridische situatie duidelijk is opgehelderd voordat ze een definitieve beslissing neemt.

Met het besluit van 17 december blijven de onroerendgoedbelastingen in Bocholt vanaf 1 januari 2026 voorlopig ongewijzigd op het niveau van het voorgaande jaar. Het stadsbestuur en de gemeenteraad reageren hiermee op een onzekere juridische situatie in Noordrijn-Westfalen. Hoewel de federale hervorming van de onroerendgoedbelasting over het algemeen als grondwettelijk wordt beschouwd, hebben de eerste administratieve rechtbanken twijfels geuit over de vraag of steden verschillende belastingtarieven mogen vaststellen voor woningen en niet-woningen. Aangezien de exacte redenen voor deze uitspraken nog niet beschikbaar zijn en verdere beslissingen van hogere instanties nog op zich laten wachten, is het momenteel onduidelijk welk model op de lange termijn rechtsgeldig zal zijn.

Om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokken partijen, maakt de stad Bocholt gebruik van een wettelijke termijn. Lokale overheden mogen hun belastingtarieven met terugwerkende kracht voor het lopende jaar aanpassen tot 30 juni van elk jaar. Het bestuur is daarom van plan om de ontwikkelingen in de rechtbanken de komende maanden op de voet te volgen en uiterlijk eind juni 2026 een zo rechtszeker mogelijk nieuw statuut op te stellen, dat dan door de gemeenteraad kan worden aangenomen. Hoewel een onmiddellijke overgang naar een uniform belastingtarief juridisch eenvoudiger zou zijn, zou het de politieke doelstelling om woningen niet onevenredig duurder te maken door deze te harmoniseren binnen de zogenaamde onroerendezaakbelasting B in gevaar brengen.

Voor bewoners betekent dit tijdschema dat de aanslagbiljetten, die naar verwachting begin februari worden verstuurd, nog niet het laatste woord zijn. Aangezien de stad vast heeft beloofd om de verordeningen tegen juni te vervangen door een nieuw statuut voor de inningspercentages, blijft het proces wettelijk open.

"Het is in het belang van alle burgers als we geen overhaaste feiten creëren, maar wachten op de definitieve uitspraken van de rechtbanken en dan een rechtszekere oplossing presenteren", legt stadspenningmeester Jennifer Schlaghecken uit, " niemand hoeft zich zorgen te maken over het missen van een deadline, omdat we in de eerste helft van het jaar toch een nieuw statuut zullen aannemen."

De administratie dringt er daarom bij de eigenaars op aan om geen bezwaar aan te tekenen tegen de aanmaningen die in februari aankomen. Dit is wettelijk niet nodig om zich te verdedigen tegen mogelijke fouten, aangezien er sowieso een nieuw besluit zal worden aangenomen. Dit voorkomt overbelasting van de administratie, terwijl de rechten van belastingbetalers worden gewaarborgd door de geplande nieuwe verordening.