De poëziemachine doet Aalten aan
Grensoverschrijdende kunstinstallatie met Duits-Nederlandse poëzie // Sinds 4 augustus 2026 te zien in Aalten
Na twee maanden op het marktplein van Bocholt is de interactieve kunstinstallatie "Poëziemachine" op 4 augustus 2026 feestelijk geopend in Aalten. De wolkvormige installatie nodigt bezoekers uit om met een druk op de knop Duitse en Nederlandse gedichten uit de grensregio te beluisteren en zo de culturele diversiteit van de grensregio te ontdekken.
De poëziemachine maakt deel uit van het kunstproject #artinprogress van kunstenares Karo Kollwitz. De installatie was eerder al te zien in Weimar, Hamburg, Zürich en Helsinki.
Grensoverschrijdende poëzie
Duitse en Nederlandse burgers en ook scholieren hebben de teksten, die meestal door henzelf zijn geschreven, ingesproken voor de installatie. Het resulterende geluidsbeeld weerspiegelt een project dat mensen over taal- en landsgrenzen heen met elkaar verbindt.
Feestelijke opening in Aalten
Bij de opening in Aalten kwamen vertegenwoordigers van beide gemeenten en projectdeelnemers bijeen om de voortzetting van het grensoverschrijdende kunstproject te vieren. Al bij de eerste opening in Bocholt werd de nauwe samenwerking tussen beide gemeenten benadrukt.
In Aalten waren de burgemeester van Bocholt, Christian Mangen, de wethouder van Aalten, Joop Wikkerink, Mark van Dam van de gemeente Aalten en Jule Wanders, afdelingshoofd Cultuur en Onderwijs van de stad Bocholt, over de installatie op Markt 1, vlakbij het "Nationaal Onderduikmuseum". Europa wordt hier op kleine schaal zichtbaar, aldus de sprekers. De grensoverschrijdende uitwisseling wordt benadrukt en op hoorbare wijze voortgezet.
De poëzietrommel wordt gesubsidieerd en ondersteund door het Kultursekretariat Gütersloh, het ministerie van Cultuur en Wetenschap van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, EUROPE DIRECT Bocholt en de stadtwerker. De openingsbijeenkomsten in Bocholt en Aalten worden mogelijk gemaakt door het Interreg-programma Duitsland-Nederland en zijn programmapartners en worden medegefinancierd door de Europese Unie.


